





 |
|
Bij een wedstrijd op een stratenparcours mogen bochten, splitsingen en
kruisingen worden 'afgesneden', dit noemt men Zetten. Er mag alleen worden
gezet als dit dmv een B-bordje is aangegeven. Men mag pas zetten nadat men
het B-bordje is gepasseerd.
Bij het zetten gaat het in principe om het zover mogelijk door de lucht
gooien van een kloot. De plek waar de kloot uiteindelijk terecht komt is
echter bepalend voor de geldigheid van de worp.
De kloot moet namelijk tijdens het schot het verharde gedeelte van de weg
raken of hierover heen gaan (inclusief dus eventueel uitrollen).

In het figuur hiernaast zijn een aantal mogelijkheden weergegeven.
Situatie 1 De kloot is over de weg gegaan en
daar waar de kloot stil komt te liggen mag het volgende schot worden
gedaan.
Situatie 2 De Kloot is op de weg gekomen en
daar waar de kloot stil komt te liggen mag het volgende schot worden
gedaan.
Situatie 3 De kloot is niet over of op de weg
gekomen. De volgende schutter moet opnieuw een poging wagen.
Situatie 4 De kloot is naar achteren gegooid.
De volgende schutter moet opnieuw een poging wagen.
|