Het
doel
Het doel van het spel is om met het minst aantal schoten (worpen) een
parcours af te leggen.
De
werptechniek
De kloot moet onderhands worden gegooid. Dit gebeurd meestal door een zwaai
met de arm van ongeveer 180°. In sommige streken van
Twente hanteert men de slingerworp (rondslag). Er mag met
aanloop worden gegooid.
De
teams
Een team bestaat normaal gesproken uit 4 personen, teams van 3 of 5 personen
zijn ook toegestaan. Hoewel er heren en dames teams zijn komen
ook gemengde teams veel voor. Of men met een heren, dames of mix team
deelneemt is mede afhankelijk van de competitie of het
toernooi waaraan men meedoet.
Het
parcours
Een parcours heeft meestal een lengte van 5 à 6 kilometer en kan bestaan uit
verharde en onverharde wegen. Bij toernooien kan een parcours van meer dan
10 kilometer ook voorkomen.
De
winnaar
Het team dat het parcours met het minst aantal schoten heeft afgelegd is de
winnaar. Indien er meerdere teams met hetzelfde aantal schoten zijn
geëindigd dan is het team dat de meeste meters over de finish heeft gegooid
winnaar.
Het
spelverloop
Er wordt gespeeld met 2 of 3 teams tegen elkaar. Elk team heeft een
'schrijver' die het aantal schoten per schutter noteert voor zowel het eigen
team als dat van de tegenstander. Onderweg vergelijken de schrijvers de
stand regelmatig, dit om onregelmatigheden zo spoedig mogelijk op te kunnen
lossen. Het is ook gebruikelijk dat elk team een hark bij zich heeft om de
kloten die bv in een sloot liggen te kunnen pakken.
De teamleden schieten om de beurt, steeds in een van tevoren bepaalde
volgorde. Door zo hard en vooral zuiver mogelijk te gooien trachten zij de
kloot zo ver mogelijk over de straat te laten rollen. Op de plaats waar de
kloot stil blijft liggen schiet de volgende van het team. Als de kloot in de
berm of in een sloot is gerold dan wordt de plaats vanwaar weer op de weg
geschoten mag worden bepaald door een denkbeeldige rechte lijn haaks op de weg.
Bochten en kruisingen mogen worden afgesneden, het zogenaamde 'zetten'. Bij
het zetten moet de kloot de weg raken of over de weg heen gaan. Lukt dit
niet dan moet de volgende schutter van het team op dezelfde plek een nieuwe
poging ondernemen.
Het team waarvan de kloot achterop ligt moet altijd het eerst schieten, net
zolang tot ze voorbij de kloot van de tegenstander zijn. Op deze manier
blijven de teams steeds bij elkaar.
Als de kloot tijdens een worp een tegenstander of zijn spullen raakt dan mag
de schutter een nieuwe poging wagen.
De teamleden die nog niet moeten gooien lopen vooruit om de teamgenoot
aanwijzingen te kunnen geven en op te letten waar de kloot heen gaat.
Van het laatste schot dat over de finish gaat worden de meters dat de kloot
over de finish is gegaan genoteerd. Dit om bij een gelijk aantal schoten de
uiteindelijke winnaar te kunnen bepalen.
Het gemiddelde aantal meters is sterk afhankelijk van de schutter(s) en de
wegen waarop geschoten wordt. Uitschieters van meer dan 200 meter zijn
echter wel degelijk mogelijk.