De naam persoonlijk geeft al aan dat het hierbij om een wedstrijdvorm gaat van
man tegen man of vrouw tegen vrouw. De persoonlijke wedstrijden bestaan uit
de onderdelen Straat, Veld en Zetten.
Straat
Voor het onderdeel straat gelden dezelfde
regels als bij de teamwedstrijden. Het parcours is alleen een stuk korter,
meestal rond de 2 km. Winnaar is diegene met het minst aantal schoten en bij
een gelijke stand met de meeste meters over de finish.
Veld
Ook voor het onderdeel veld gelden dezelfde
regels als bij de teamwedstrijden. En ook hier is het parcours is een stuk
korter, meestal rond de 800 meter. Winnaar is diegene met het minst aantal
schoten en bij een gelijke stand met de meeste meters over de finish.
Zetten
Bij
het zetten wordt een zogenaamde zetbaan gebruikt.
De zetbaan wordt meestal op een grasveld of weide uitgezet.

De baan is op het punt waarvan men moet gooien 3 meter breed. Het einde van
de baan is 30 meter breed en ligt op 100 meter van de startlijn. Een
officiële zetbaan
wordt gemarkeerd twee lijnen
die de buitenbegrenzing van de baan aangeven. (Zie zwarte lijnen in het
figuur hiernaast).
Men moet tijdens het gooien voor de startlijn blijven, anders is de worp
ongeldig. De afstand wordt gemeten vanaf het midden van de startlijn tot aan
het punt waarop de kloot de grond het eerst heeft geraakt. Een worp die
buiten de baanbegrenzing komt is ongeldig. Een worp waarbij kloot meer dan
100 meter ver is gekomen (er zijn
klootschieters die dat kunnen) is geldig indien de plaats waar de kloot de
grond heeft geraakt binnen het verlengde van de baan ligt.
Van tevoren wordt afgesproken hoe de winnaar bepaald wordt. Dit kan zijn
degene met de verste worp of diegene met bijvoorbeeld het hoogste totaal van
de drie beste van vier worpen.
Dit onderdeel is de zuiverste vorm van krachtmeting. Een gemiddelde schutter
komt tot een afstand van ongeveer 60 meter, maar er zijn er die meer dan 100
meter kunnen gooien.