K.V. de Rode Herten

 

 

Wedstrijdreglement

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Inhoudsopgave

 

 

 

Voorwoord........................................................................................................................................................................ 3

Reglement............................................................................................................................................................................. 4

1.            Wedstrijdmateriaal................................................................................................................................... 4

2.            Toegestane werptechnieken.................................................................................................................. 4

3.            Geldigheid van een schot.......................................................................................................................... 4

4.            Zetten.................................................................................................................................................................... 5

5.            Tegenhouden of van richting veranderen van een kloot.................................................. 5

6.            Zoekgeraakte kloot................................................................................................................................... 5

7.            Stukgeschoten kloot................................................................................................................................. 5

8.            Kloot buiten de baanbegrenzing........................................................................................................ 6

9.            Strepen.................................................................................................................................................................. 6

10.          Wedstrijdleiding............................................................................................................................................ 6

11.          Deelname aan de wedstrijden.............................................................................................................. 6

12.          Afmelden............................................................................................................................................................. 6

13.          Aflasten wedstrijden................................................................................................................................ 6

14.          Inhalen wedstrijden................................................................................................................................... 7

15.          Protesten............................................................................................................................................................ 7

16.          Parcours............................................................................................................................................................. 7

17.          Schrijven.............................................................................................................................................................. 8

18.          Straffen.............................................................................................................................................................. 8

19.          Bezwaren............................................................................................................................................................ 8

20.          Aantal wedstrijden, datums en tijd............................................................................................... 8

21.          Indeling van de teams................................................................................................................................ 9

22.          Overige gevallen............................................................................................................................................ 9

Ondertekening................................................................................................................................................................ 10

Bijlagen............................................................................................................................................................................... 11

A.     Begrippen................................................................................................................................................................. 12

B.     Tekeningen............................................................................................................................................................. 13

1      Legenda tekeningen............................................................................................................................................. 13

2      Start......................................................................................................................................................................... 14

3      Finish...................................................................................................................................................................... 15

4      Niet zetten............................................................................................................................................................... 16

5      Zetten....................................................................................................................................................................... 17

6      Materiaal................................................................................................................................................................ 18

Versiebeheer..................................................................................................................................................................... 19

Index....................................................................................................................................................................................... 20

 

 


Voorwoord

 

 

In dit document wordt het wedstrijdreglement van K.V. de Rode Herten beschreven.

 

Het is alleen bestemd voor onderlinge wedstrijden zoals bijvoorbeeld de Kwalificatie en Supercupwedstrijden. Het reglement kan en zal afwijken van de reglementen zoals die gehanteerd worden bij onder andere de K.F.IJ. en N.K.B.

 

Hoewel wij hebben geprobeerd om alle mogelijkheden te onderkennen zullen er altijd situaties zijn waarin dit reglement niet of niet voldoende voorziet. In deze situaties zijn achtereenvolgend de wedstrijdleider, het bestuur en de Algemene Ledenvergadering de aangewezen instanties om een besluit te nemen.

 

 

 


Reglement

 

 

 

1.       Wedstrijdmateriaal

 

A.      De kloot waarmee geschoten mag worden is van hout of kunststof en moet een ronde vorm hebben.

 

B.       De kloot moet drie cilindrische, geheel doorboorde gaten hebben van dezelfde   diameter, welke in het midden bij elkaar komen en onderling negentig graden in richting van elkaar verschillen. De minimum diameter bedraagt tien millimeter. De gaten moeten volledig met lood gevuld zijn.

 

C.       De minimum diameter van een kloot bedraagt vijftig millimeter. Aan de maximum diameter en aan het gewicht worden geen eisen gesteld.

 

D.      Indien het materiaal waarmee gegooid gaat worden niet uit hout bestaat moet het materiaal ten minste twee weken voor aanvang van de wedstrijden door de Wedstrijdleider en / of de Materiaalmeester worden goedgekeurd.

 

E.       Indien er geschoten wordt met materiaal dat in strijd is met Artikel 1 Lid A, B, C of D dan wordt desbetreffende schutter gestraft met vijf strafschoten.

 

 

2.       Toegestane werptechnieken

 

A.      De onderhandse slag

 

B.       De onderhandse slingerslag

 

 

3.       Geldigheid van een schot

 

A.      De kloot moet in voorwaartse richting worden geschoten en dient het punt waar het vorige schot geëindigd is, gepasseerd te zijn, alvorens het als een geldig schot wordt genoteerd.

 

B.       Bij het overzetten van een bocht, kruising of parallelweg is ELK schot geldig.

 

C.       De schutter mag de kloot niet later los laten dan het punt waar het vorige schot van de desbetreffende schutter is geëindigd.

 

D.      Tijdens de wedstrijd wordt de achterliggende kloot altijd als eerste geworpen.

 

E.       Er mag pas gegooid worden als de schrijvers dit aangeven.

 


4.       Zetten

 

A.      Alleen daar waar een B-markering is aangebracht, is er sprake van zetten.

 

B.       Indien de kloot de te bereiken weg niet raakt of passeert moet op hetzelfde punt nogmaals gegooid worden (Zie ook Artikel 3 Lid B).

 

C.       Daar waar mogelijkerwijs gezet had kunnen worden, maar dit echter uitdrukkelijk verboden is staat een U-markering. Wordt hier wel gezet dan wordt dit bestraft met twee strafschoten.

 

D.      Men  mag bij een U-markering alleen met de weg meegooien, dus in principe alleen rechtdoor, gooien.

 

E.       Als bij een U-markering de eindstreep is gepasseerd, dan MOET men voor de volgende worp bij de beginstreep beginnen. Dus ook al is men ook de beginstreep voorbij.

 

 

5.       Tegenhouden of van richting veranderen van een kloot

 

A.      Indien een kloot tijdens de wedstrijd wordt aangeraakt door de tegenpartij of door een niet vaststaand aangebracht obstakel, behorende aan de tegenpartij, MAG het schot worden herhaald.

 

B.       Wordt de kloot tegengehouden door iemand anders dan de tegenpartij, maar wel door een deelnemer aan het spel en wordt het schot hierdoor verlengt dan moet de kloot dertig meter worden teruggelegd. Wordt het schot echter niet verlengt dan blijft de kloot liggen.

 

C.       Indien de kloot terug rolt en men houdt deze tegen, dan wordt de kloot eveneens dertig meter terug gelegd.

 

 

6.       Zoekgeraakte kloot

 

A.      Tijdens de wedstrijd mag er niet langer dan tien minuten naar een zoekgeraakte kloot worden gezocht. Als de kloot niet binnen deze tijdlimiet is teruggevonden, vindt het eerst daarop volgende schot plaats op de plaats waar men aanneemt dat de kloot is zoekgeraakt.

 

B.       Tijdens het zoeken naar een zoekgeraakte kloot mag er door de directe tegenstander(s) niet worden geschoten, tenzij dit uitdrukkelijk door de schrijvers wordt opgedragen

 

C.       Tijdens het zoeken naar een zoekgeraakte kloot is men verplicht achterliggende groepen te laten passeren.

 

 

7.       Stukgeschoten kloot

 

A.      Indien een kloot tijdens een schot uit elkaar springt of dusdanig beschadigd is dat deze niet meer voldoet aan Artikel 1 dan MOET het schot worden herhaald.

 

B.       Indien de kloot niet meer voldoet aan Artikel 1 mag er met die kloot niet meer      geschoten worden.

 


8.       Kloot buiten de baanbegrenzing

 

A.      Een kloot die buiten de baanbegrenzing, de verharde weg met aan weerszijden een strook van drie meter, is geraakt moet loodrecht op de as van de baan gelegd worden.

 

B.       Het in Artikel 8 Lid A bepaalde is niet van toepassing als er gezet wordt, dan is Artikel 4 van toepassing.

 

 

9.       Strepen 

 

A.      De start en finish worden minimaal aangegeven door middel van een streep over de totale breedte van de weg.

 

B.       De kloot moet een streep VOLLEDIG gepasseerd zijn, anders moet men nog een keer schieten.

 

 

10.    Wedstrijdleiding

 

A.      De wedstrijdleiding is in handen van een door het bestuur aangewezen persoon, de wedstrijdleider.

 

B.       De wedstrijdleider is verantwoording schuldig aan het bestuur en de Algemene Ledenvergadering.

 

               

11.    Deelname aan de wedstrijden

 

A.      Alle leden die aan de volgende competitie willen deelnemen, MOETEN in principe aan de wedstrijden deelnemen.

 

B.       Leden niet vallend onder Lid A mogen deelnemen.

 

C.       Leden zowel vallend onder Lid A als B, die niet willen deelnemen aan de wedstrijden moeten zich uiterlijk twee weken voor aanvang van de wedstrijden hebben afgemeld.

 

 

12.    Afmelden

 

A.      Men is verplicht om zich tijdig af te melden, indien men bij één of meer wedstrijden niet aanwezig kan zijn.

 

B.       Men moet zich afmelden bij de wedstrijdleider en bij diens afwezigheid bij één van de bestuursleden.

 

C.       Bij niet of niet tijdig afmelden kan de desbetreffende schutter worden bestraft met maximaal vijf strafschoten.

 

 

13.    Aflasten wedstrijden

 

A.      Aflasten van wedstrijden kan alleen in bijzondere gevallen.

 

B.       Alleen de wedstrijdleider of bij zijn afwezigheid, een meerderheid van het bestuur is bevoegd om een wedstrijd af te lasten.


14.    Inhalen wedstrijden

 

A.      Niemand heeft recht op het inhalen van wedstrijden.

 

B.       De wedstrijdleider kan echter besluiten om iemand in de gelegenheid te stellen één of meer wedstrijden in te halen.

 

C.       Lid B is echter alleen van toepassing indien desbetreffende persoon anders niet aan het minimum aantal wedstrijden komt.

 

D.      Iemand die één of meer wedstrijden heeft ingehaald kan niet in de officiële uitslag opgenomen worden en kan dus ook niet voor eventuele prijzen in aanmerking komen.

 

E.       Een ingehaalde wedstrijd mag niet bepalend zijn voor de indeling.

 

 

15.    Protesten

 

A.      Een protest heeft altijd betrekking op problemen in de meest recente wedstrijd.

 

B.       Protesten moeten binnen een half uur na de binnenkomst van de laatste groep bij de wedstrijdleider ingediend worden.

 

C.       Een protest is alleen ontvankelijk als al tijdens de wedstrijd kenbaar is gemaakt dat men een protest zal indienen.

 

D.      De wedstrijdleider moet het protest uiterlijk binnen twee weken na indiening hebben behandeld.

 

 

16.    Parcours

 

A.     De wedstrijdleider bepaald in overleg met het bestuur op welk parcours de wedstrijden worden gehouden.

 

B.       Het parcours moet uiterlijk vier weken voor aanvang van de wedstrijden bij de leden bekend zijn.

 

C.       Het parcours bestaat uit openbare, verharde wegen.

 

 


17.    Schrijven

 

A.     De wedstrijdleider maakt voorafgaande aan de wedstrijden een schema voor het schrijven. Door middel van loting wordt bepaald wie er eerst moet gooien of schrijven.

 

B.       Iedereen is verplicht om te schrijven. Bij weigering volgt er diskwalificatie.

 

C.       De schrijvers zijn verplicht om onderweg regelmatig te controleren of alles nog klopt.

 

D.      De schrijvers moeten er onderweg op toe zien dat alles volgens de regels gaat. Zij hebben daarom de bevoegdheid om bindende beslissingen te nemen.

 

E.       De schrijvers dragen in principe de hark. Een schrijver kan nooit een gooier verplichten de hark te dragen.

 

F.       Het negeren van beslissingen van schrijvers wordt bestraft met twee strafworpen.

 

G.       Indien men het niet eens is met de schrijvers kan men zoals beschreven in Artikel 15 protest indienen.

 

 

18.    Straffen

 

A.     Voor het overtreden van regels waarvoor geen strafmaat is vastgesteld kan de wedstrijdleider een straf opleggen tot maximaal drie strafschoten.

 

B.       Indien de wedstrijdleider het gebeurde dusdanig ernstig vindt, kan hij in overleg met het bestuur overgaan tot diskwalificatie.

 

 

19.    Bezwaren

 

A.     Bezwaren betreffende straffen, indelingen ed. moeten binnen één week nadat ze aan de leden bekend zijn gemaakt schriftelijk worden ingediend bij de wedstrijdleider.

 

C.      Bezwaren betreffende het functioneren van de wedstrijdleider dienen uiterlijk twee weken na afloop van de wedstrijden schriftelijk bij het bestuur te zijn ingediend.

 

D.      De bezwaren genoemd in Lid A als B moeten binnen vier weken zijn behandeld.

 

 

20.    Aantal wedstrijden, datums en tijd

 

A.     Het aantal wedstrijden bedraagt zes, waarvan de beste vier bepalend zijn voor de einduitslag.

 

B.       Het bestuur bepaald van te voren of er op zaterdag en / of zondag gegooid wordt en op welk tijdstip.

 

C.       De wedstrijdleider stelt zeven datums vast (bestaande uit zes wedstrijddagen en één reserve datum). Deze datums moeten uiterlijk vier weken voor aanvang van de wedstrijden schriftelijk aan de leden bekend worden gemaakt.

 

 


21.    Indeling van de teams.

 

A.      De uitslag van de Kwalificatie Wedstrijden is een indicatie voor het indelen van de teams. De uitslag geeft echter nooit recht op een plaats in een team.

 

B.       Het bestuur deelt, met in achtneming van Lid A, de teams zo goed mogelijk in.

 

C.       De indeling van de teams moet uiterlijk binnen zes weken na afloop van de wedstrijden schriftelijk bekend worden gemaakt aan de leden.

 

D.      Na het bekend maken van de indeling kan men binnen twee weken nog schriftelijk protest indienen tegen deze indeling. Dit protest moet vervolgens binnen twee weken door het bestuur worden afgehandeld.

 

E.       Indien het bestuur er niet in slaagt een acceptabele indeling te maken dan kan zowel het bestuur, als de leden, oproepen tot een algemene vergadering (zoals beschreven in de statuten). Indien op die vergadering niet een tweederde meerderheid voor één van de voorstellen is, dan is de laatste indeling gemaakt door het bestuur de definitieve indeling.

 

 

22.    Overige gevallen

 

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de wedstrijdleider in overleg met      het bestuur.         

 

 

 

Bijlagen

 

 


 

A.  Begrippen

 

 

 

Begrip

 

Omschrijving

Afbuiging

Een bocht, kruising of splitsing in het parcours

 

B-bord

Bordje met de tekst ‘B’, wordt bij een B-streep geplaatst.

 

Beginstreep

Een onderbroken streep over de volledige breedte van de weg.

Geeft het begin van een wegstuk aan voor de situaties bij een ‘B’ of ‘U’-bord.

 

B-markering

Een B-bord en / of een B-streep

 

B-streep

Een korte streep aan de rand van de weg met als extra aanduiding een ‘B’.

Geeft het punt aan vanaf waar men mag zetten.

 

Eindstreep

Een onderbroken streep over de volledige breedte van de weg.

Geeft het einde van een wegstuk aan voor de situaties bij een ‘B’ of ‘U’-bord.

 

Finishbord

Bordje met de tekst ‘FINISH’, wordt bij de finishstreep wordt geplaatst.

 

Finishstreep

Een doorgetrokken streep over de volledige breedte van de weg.

Geeft het eindpunt van het parcours aan.

 

Meterbord

Bordje met een cijfer tussen de 10 en 150 oplopend met tien, wordt bij een meterstreep geplaatst.

 

Meterstreep

Een korte streep aan de rechterkant van de weg, die om de tien meter na de finishstreep worden geplaatst tot minimaal vijftien keer.

Bij iedere streep moet het aantal meters ten opzichte van de finishstreep worden vermeld.

 

Startbord

Bordje met de tekst ‘START’, wordt bij de startstreep wordt geplaatst.

 

Startstreep

Een doorgetrokken streep over de volledige breedte van de weg.

Geeft het beginpunt van het parcours aan.

 

U-bord

Bordje met de tekst ‘U’, wordt bij een U-streep geplaatst.

 

U-markering

Een U-bord en / of een U-streep

 

U-streep

Een korte streep aan de rand van de weg met als extra aanduiding een ‘U’.

Geeft aan dat er niet gezet mag worden.

 

Zetten

Het ‘afsnijden’ van een afbuiging in het parcours

 

 

 


 

B.  Tekeningen

 

 

 

1       Legenda tekeningen

 

 

 

 

Figuur

 

Omschrijving

Opmerkingen

               

Richting van het parcours

 

Richting van het parcours

 

‘B’ of ‘U’ bord

 

Start of Finish bord

 

Start of Finish streep

 

Eind of Begin streep

 

‘B’, ‘U’ of Meter streep

 

 

Plaats waar de kloot STIL komt te liggen

 

Plaats van gooien

 


 

2       Start

 

start

Tekstvak: START

·         De startstreep moet dusdanig getrokken worden dat er daarvoor tenminste 20 meter vrij is

·         Bij de startstreep wordt een startbord geplaatst

·         10 meter voor de startstreep wordt een streep getrokken. Achter deze streep moeten de deelnemers die (nog) niet hoeven te gooien zich bevinden.

 

 


 

3       Finish

finish

150

30

20

10

Tekstvak: FINISH

 

·         De finishstreep moet dusdanig worden getrokken dat de kloot minimaal 150 meter verder kan rollen

·         Bij de finishstreep wordt een finishbord geplaatst

·         Vanaf de finishstreep moet om de 10 meter een meterstreep staan, waar een bijbehorend meterbord wordt geplaatst. Dit tot maximaal 150 meter.

 

 

 


 

4       Niet zetten

 

U

U


Uitzetten parcours

 

·         Het ‘U’-bordje en ‘U’-streep worden op ongeveer 30 meter vanaf de eindstreep geplaatst

·         De eindstreep wordt maximaal 3 meter vanaf de afbuiging gezet

·         De beginstreep wordt maximaal 3 meter vanaf de afbuiging gezet

 

 

U

1

2

3

U

3

1

2


Voorbeelden

 

 

1

Kloot over de eindstreep

Goed, volgend schot vanaf de beginstreep

 

1

Kloot over de eindstreep

Goed, volgend schot vanaf de beginstreep

2

Kloot voorbij de beginstreep

Goed, volgend schot vanaf de beginstreep

 

2

Kloot voorbij de beginstreep

Goed, volgend schot vanaf de beginstreep

3

Kloot voor de eindstreep

Goed, volgend schot volgens normale procedure

 

3

Kloot voor de eindstreep

Goed, volgend schot volgens normale procedure

 

Let wel : Bij al deze situaties geldt dat er alleen over de weg gegooid mag worden !!!

 

Het zetten of het proberen van het behalen van extra meters na de beginstreep is niet toegestaan en gezien de regels ook niet nodig, men moet toch altijd bij de beginstreep weer beginnen.


5       Zetten

 

Uitzetten parcours

B

B


·         Het ‘B’-bordje en ‘B’-streep worden op ongeveer 30 meter vanaf de (denkbeeldige) eindstreep geplaatst

·         De eindstreep wordt maximaal 3 meter vanaf de afbuiging gezet bij een kruising of splitsing

·         De beginstreep wordt maximaal 3 meter vanaf de afbuiging gezet bij een kruising of splitsing

 

 

B

1

2

3

4

5

6

B

1

2

3

4

5


Voorbeelden

 

 

1

Kloot over de eindstreep

Goed, volgend schot vanaf de beginstreep

 

1

Kloot op de weg

Goed, volgend schot normale procedure

2

Kloot op de weg

Goed, volgend schot

normale procedure

 

2

Kloot op de weg

Goed, volgend schot normale procedure

3

Kloot over de weg

Goed, volgend schot normale procedure

 

3

Kloot over de weg

Goed, volgend schot normale procedure

4

Kloot voor de weg

Fout, opnieuw dus extra worp

 

4

Kloot voor de weg

Fout, opnieuw dus extra worp

5

Kloot achteruit

Fout, opnieuw dus extra worp

 

5

Kloot achteruit

Fout, opnieuw dus extra worp

6

Kloot op weg

Goed, volgend schot normale procedure

 

 

 

 

 

 

 


6       Materiaal

50 mm

(op ware grootte)

Minimale grootte


 

 

 

 

 

 


Goed

Lood maakt deel uit van het loopoppervlak

Goed

Lood is iets naar binnen getrokken, maar het valt nog binnen de gestelde normen

Fout

Lood is te veel naar binnen getrokken en maakt op geen enkele wijze meer deel uit van het loopoppervlak

Fout

Lood steekt te ver naar buiten