'Elcx cloot moet eens te ende rollen,
want Godt heuet zo gheordoneirt.'

(Vondel 1587-1679)
 

‘Te spelen op de baen, met pyl, cloot of bal,
eenyder naar syn lust, ennaer syn welgeval.’

(Junius Ampzing  1352)
 

‘wie het eerst met synen cloot of bal
het vastgestelde perk sal raeken

(Vondel 1587-1679)
 

'colven, clootschieten of andere wansturigheid, 't sy ook met stenen te werpen, op verbeurte van dertig stuyver.'
(Uit een verbod van de stad Enkhuizen omstreeks 1500)
 

'Een kloot soo uytter handt of uytter vuyst geschooten,
't buert selden ofte sal sich hier of daer aen stooten,
't gunt min of meer of heel syn snellen voortgank stuyt,
oock so geen effen baen of loopt tenlesten uyt …'

(Vondel 1587-1679)
 

'So moet nyemant doer die stede cloeten dan mit houten cloeten'
(Een gebod van de Leidse schepenen)
 

'Hoe wonderlyck om te sien in den egel, die hemselven ineenrolt als eenen kloot, en sich maeckt tot een ronde hekel'
(Vondel 1587-1679)
 

'Het klootjesvolck van de vesten of uyt de slopjes'
(Brederode)
 

'Hij gaf hem zoo eene almogende konkel met zijn zwaard om de ooren, dat hij tegen den grond rolde als een kloot.'
(Vondel 1587-1679)
 

'Een yder houdt den trant, gelyck hy is gewoon,
op wat spil myn cloot wil draeyen, hy draeyt schoon …’

 
(Vondel 1587-1679)
 

 “Hoort vrienden buiten
Het noordoosten fluiten
Klootschietersborst deert kou nog vorst
Dat hard de baan
Dat jaagt het bloed in daadren warm
Dat staalt de spieren van je arm
Als je de kloot tot vliegen dwingt
En daarbuiten vrolijk juigend zingt
Vooruit mijn klootje
Vooruit mijn bal
Ik geef u een stootje
Dat tellen zal”
(Klootschieters strijdlied 19e eeuw)