Reglementen klootschieten in Vlaanderen

 

Op basis van de officiële reglementen van de Nederlandse Klootschieters Bond

 

maar wel aangepast naar plaatselijk gebruik

 

 

Artikel 1 - Wedstrijdmateriaal:

De kloot waarmee geschoten mag worden is van hout of kunststof. De kloot moet drie cilindrische geheel doorboorde gaten hebben van dezelfde diameter welke in het midden bij elkaar komen en onderling 90 graden in richting van elkaar verschillen. De gaten moeten met lood gevuld zijn. De minimum diameter van een kloot bedraagt 50 mm. Aan maximum diameter en gewicht worden geen eisen gesteld. Met een stalen kloot mag men alleen schieten in daarvoor vastgestelde wedstrijden. In België is een porseleinen kloot ook toegelaten.

 

Artikel 2 - Toegestane werptechnieken:

a) de onderarmse slag

b) de onderarmse slingerslag

c) de bovenarmse slag is niet toegestaan, uitgezonderd in daarvoor vastgestelde wedstrijden.

 

Artikel 3 - Geldigheid van een schot:

De kloot moet in voorwaartse richting worden geschoten en dient het punt waar het vorige schot geëindigd is, gepasseerd te zijn, alvorens het als een geldig schot wordt genoteerd. De lengte van de aanloop is vrij.

 

Artikel 4 - Overschieten:

indien een kloot tijdens de wedstrijd wordt aangeraakt door de tegenpartij of door een niet vaststaand aangebracht obstakel, behorende aan de tegenpartij, mag het schot worden herhaald. Wanneer de kloot wordt aangeraakt door leden van de eigen partij mag niet worden overgeschoten. Vlaggen en afstandsborden behoren tot de vaste obstakels. De kloot mag niet worden tegengehouden, ook niet bij het teruglopen van een helling e.d.

 

Artikel 5 - Zoekgeraakte kloot:

Tijdens de wedstrijd mag niet langer dan 10 minuten naar een kloot gezocht worden. Indien de kloot binnen deze tijd niet is teruggevonden, vindt het volgende schot plaats, daar waar men aanneemt dat de kloot is zoekgeraakt.

 

Artikel 6 - Stukgeschoten kloot:

Indien een kloot tijdens een schot uit elkaar springt, moet er worden overgeschoten.

 

Artikel 7 - Aantal deelnemers per team:

Bij het West-Vlaams kampioenschap dienen alle deelnemende teams uit 4 personen te bestaan.
Andere wedstrijden in België kunnen teams van 2, 3, 5 of 6 personen toelaten.

 

Artikel 8 - Winnaar:

De winnaar van een wedstrijd is die ploeg met het minste aantal schoten. Bij een gelijk aantal schoten is de winnaar, die ploeg met het meeste aantal meters over de finishlijn.

 

Artikel 9 - Finishlijn:

De kloot moet de lijn volledig gepasseerd zijn; blijft de kloot erop liggen dan moet men nog een keer schieten.

 

Artikel 10 - Tikken:

Indien tijdens de wedstrijd, bij het schieten van de kloot, deze de kloot van de tegenpartij raakt, dan mag de schutter het initiatief nemen om de deelnemers van zijn en de andere ploeg te trakteren. Dit dient wel onderling op voorhand afgesproken te worden en alle spelers van de groep (de twee ploegen die tegen elkaar spelen) moeten hier mee akkoord gaan. Alzo mag de kloot, daar waar deze stilligt na een schot, altijd op de weg worden gelegd (ongeveer een voet van de rand van de weg).

 

Artikel 11 - Bijzondere gevallen en betwistingen:

In alle bijzondere gevallen waarin dit reglement niet voorziet, en bij elke betwisting, beslist de organisator in samenwerking met de aanwezige leden van de werkgroep 'klootschieten'.

 

Artikel 12 - Bevoorrading:

Halverwege het parcours wordt er door de inrichtende vereniging voor gezorgd dat de deelnemers iets kunnen nuttigen (vloeibare en vaste substanties). Elke ploeg mag een bijkomende persoon mee op het parcours meenemen die voorziet in de mobiele bevoorrading van vloeibare materialen (een zogenaamde drankman per fiets of 'frigobox-manager').

 

 

(met dank aan KV Bavikhove uit België)