Een
kloot is een ronde bal van hout of kunststof welke verzwaard
is met lood. De kloot moet drie cilindrische, geheel doorboorde gaten hebben
van dezelfde diameter welke in het midden bij elkaar komen en onderling 90
graden in richting van elkaar verschillen. De gaten moeten volledig met lood
gevuld zijn. Het maken van een kloot is nog
ouderwets handwerk dat slechts door een aantal echte
'klotendraaiers' wordt beheerst.
Afmetingen:
De kloot moet een minimale diameter van 50 mm hebben en aan
het maximum diameter worden geen eisen gesteld. De grootte van een kloot
hangt sterk af van de persoonlijke voorkeur en wordt mede bepaald door het onderdeel waar men
mee bezig is.
Gewicht:
Er zijn geen eisen wat betreft het gewicht van een kloot. De combinatie van
het materiaal, de diameter van de kloot en de diameter van het lood is
hierbij bepalend. Het gewicht kan normaal gesproken variëren van 200 tot 800
gram.
Materiaal:
Lange tijd waren de kloten alleen maar van hout (b.v. haagbeuken of
steenbeuken). In de afgelopen jaren zijn ook niet-verende kunststoffen (b.v.
polyurethaan of pertinax) toegestaan. Het voordeel van hard materiaal is dan
dat deze minder weerstand heeft en daardoor verder zal door rollen. Het
voordeel van een wat zachtere kloot is dat deze de oneffenheden wat beter
kan opvangen en dus minder snel zal gaan stuiteren.
Soorten:
Zoals boven omschreven worden de kloten van diverse materialen en
verschillende diameters gemaakt. Elke klootschieter kiest zijn eigen
kloot naar diameter en gewicht. Omdat men
onderweg van kloot mag wisselen ziet men vaak dat spelers meerdere kloten bij zich hebben al naar gelang het
soort wegdek waar men op speelt. Voor de verschillende onderdelen worden dan
ook verschillende soorten kloten gebruikt.
Veldkloot
Op het veld (gras/zand) moet een
kloot gebruikt worden die gemaakt is van hout en die over het algemeen
lichter in gewicht is dan een kloot die men op straat gebruikt. Meestal
wordt en kloot gebruikt met een diameter van rond de 70 mm en met
doorboringen tussen de 8 en 13 mm. Het gewicht komt dan op zo’n 300 à 350
gram.
Straatkloot
Een
straatkloot wordt meestal gemaakt van hardere houtsoorten en kunststoffen in
verband met de snelle slijtage. Veel mensen gebruiken kloten van rond de 75
millimeter en doorboord met gaten van 13 tot 16 millimeter zodat het gewicht
rond de 400 gram komt. Alvorens een keuze te maken ten aanzien van het
materiaal dat men gaat gebruiken kijkt men goed naar het wegdek. Heeft de
straat een gladde slijtlaag dan heeft het voordelen om een harde kloot te
kiezen. Is de toplaag daar in tegen wat ruwer dan is een wat zachtere kloot
meer geschikt. In het algemeen kan ook gezegd worden dat hoe harder men
gooit (snelheid) des te harder het materiaal kan zijn.
Zetkloot
Bij
het zetten, hierbij gaat het om een zo groot mogelijke afstand door de lucht
te overbruggen, waarbij het uitrollen niet meegerekend wordt, gebruikt men
meestal de kleinst mogelijke kloot. Deze kan men natuurlijk het verst
gooien.
Stalen kloot
Met een stalen kloot mag men alleen schieten in daarvoor vastgestelde
wedstrijden. Hij wordt ook wel Ierse kloot, genoemd omdat men
daarmee in Ierland op straat schiet. De diameter is ruim 58 mm en het
gewicht moet 800 gram zijn.
Andere kloten
Naast
de hierboven genoemde kloten kent iedere streek toch ook wel z'n eigen
kloot. In Drente schiet men bijvoorbeeld met porseleinen kloten. Ook in
Duitsland heeft men per streek weer andere soorten kloten.
Bij de Europese Kampioenschappen wordt er op de drie vaste onderdelen met de
volgende kloten geschoten:
· Op
het onderdeel Veld met de Nederlandse veldkloot. De voorgeschreven kloot is
in diameter 65 mm en heeft een gewicht van 250 gram.
· Op
straat met de Ierse straatkloot. . De voorgeschreven kloot is in diameter 58
mm en heeft een gewicht van 800 gram.
· Bij
het zetten met de Duitse kloot. Voor de heren 58 mm en 475 gram, voor de
dames 55 mm en 375 gram.